Bindende openingstijden

Het gebeurt nog al eens.

Een winkelier vestigt zich in een winkelcentrum en stemt er in zijn contract mee in dat hij open zal zijn op de dagen en uren die door de verhuurder, of de Winkeliersvereniging namens hem, worden voorgeschreven. De huurder tekent zonder zich goed te realiseren hoe dat in de praktijk uitwerkt. Voor grote winkeliers (ketens met personeel) is dat veelal geen probleem; voor de kleine winkelier (de bakker en de slager) in de praktijk vaak wel.

Verhuurders hebben er belang bij dat een winkelcentrum zoveel mogelijk open is, en dus ook de individuele winkels. Dit om “zwarte gaten”  in het centrum te voorkomen, zo ook de aantrekkelijkheid van het centrum en de beleggingswaarde te bevorderen. Voor de winkelier werkt dat veelal uit in werkweken van 60 à 70 uur waarin de winkel bemand moet zijn en de winkelier geen gelegenheid heeft voor vakantie, ziekte, beurzenbezoek, en vrije tijd in het algemeen.

De Rechtbank Noord Nederland heeft op 13 september 2016 een dergelijke kwestie behandeld. De huurder hield zich niet aan de verplichte openingstijden en de verhuurder bracht de zaak aan bij de Rechtbank. Die oordeelde dat de huurder zich aan de voorgeschreven openingstijden diende te houden, ook als de huurder het daar achteraf niet mee eens was en oordeelde, hoezeer ook de bezwaren van de huurder voorstelbaar waren, dat verplichte openingstijden niet onredelijk bezwarend zijn en derhalve de huurder die moest nakomen.

Nu op niet nakoming een boete was gesteld werd de huurder veroordeeld tot het betalen van die boete aan de verhuurder.

Wees op dit soort bepalingen bedacht als u zich als winkelier in een winkelcentrum vestigt en onderhandel over de verplichte openingstijden.